Hanneke werkt sinds anderhalf jaar als verzuimcoördinator op een middelbare school. Een eigen kantoor heeft ze niet. Ze begon aan een tafel in de aula, maar tussen de drukte daar kon ze geen vertrouwelijk telefoongesprek voeren met een leerling of ouder. Daarop kreeg ze een plek in 'het hok' van Cor, de conciërge.
Cor werkt er al 15 jaar. Hij kent iedereen, heeft alle sleutels en de hele school loopt langs zijn hok. Toen Hanneke bij haar leidinggevende aangaf dat ze zo niet kon werken, veranderde er iets. Cor groette haar niet meer. In het hok sprak hij over haar terwijl zij erbij zat, net hard genoeg om het te kunnen verstaan. Collega's die eerst een praatje maakten, werden stil als ze langsliep.
Hanneke is bang en boos tegelijk
Toen begonnen de telefoontjes. Een onbekend nummer. Als ze opnam, bleef het stil. Eerst overdag, daarna 's avonds, daarna midden in de nacht. Gisteren stond er rond etenstijd een bezorger voor haar deur met 8 pizza's die ze niet had besteld, en hij stond erop dat ze betaalde.
Als ze mij belt is ze bang en boos tegelijk. Ze noemt het geen bedreiging. Ze zegt: 'Misschien maak ik me druk om niets.'
Er is niks mis met een werkplek bespreken
Wat mij opvalt aan het eerste gesprek, is hoe vanzelfsprekend Hanneke aan zichzelf twijfelt. Zij heeft iets aangekaart en vindt de kilte die volgt ergens logisch. Ik vraag haar of een telefoon die 's nachts overgaat en stil blijft, bij een meningsverschil over een werkplek hoort. Daar wordt ze stil van.
Een werkplek bespreken mag, daar is niks mis mee. Maar wat 's avonds bij haar thuis gebeurt is iets anders. Hanneke zegt: 'Ik vraag me steeds af of ik het me inbeeld.' Dat hoor ik vaker bij mensen die anoniem worden lastiggevallen. Juist omdat er niemand in beeld komt, gaan ze aan zichzelf twijfelen in plaats van aan de ander.
Terug naar de leidinggevende
We bespreken wat ze wil. Een formele klacht voelt te groot en voor wat anoniem gebeurt heeft ze geen bewijs. Maar zo doorgaan wil ze ook niet. We zetten op een rij wat wél kan: het bij haar leidinggevende neerleggen, de telefoontjes en bezorgingen bijhouden en, omdat het tot haar voordeur komt, eventueel aangifte doen.
Uiteindelijk kiest Hanneke ervoor om terug te gaan naar haar leidinggevende. Niet om te vertellen over de drukte in het hok, maar over wat daarna kwam. Iemand die anoniem belt en zwijgt, hoeft zich nergens voor te verantwoorden. De last daarvan komt bij Hanneke te liggen. Wie haar 's avonds belt en zwijgt, komt ze overdag misschien gewoon tegen op de gang. Ze beeldde zich niets in. Een beller zonder naam laat geen bewijs achter, alleen twijfel.












